La Paay en het tikje van Pierre

Dat moest mijn vriendin weer overkomen. Gaat ze naar de grote boekwinkel van Tilburg, om het veelgeprezen boek ‘Ventoux’ van Bert Wagendorp voor mij te bestellen, hoort ze daar een verkoopster tegen een teleurgestelde klant vertellen dat Patricia Paay nét de winkel heeft verlaten in de richting van Eindhoven voor een volgende signeersessie. Zelf was ik op dat moment, onwetend van dit al, voor mijn werk elders in het land.

Diezelfde avond nog las ik op de site van het Brabants Dagblad een door Rik Goverde geschreven verslag van de gemiste signeersessie in Tilburg. Aanvankelijk vijftien mensen, later uitgedijd tot een menigte van zo’n 25 personen, hadden zich rondom de tafel geschaard van waarachter La Paay werd geïnterviewd door haar eigen biograaf Bert van der Veer.
Hoe objectief kan je als interviewer dan zijn?, vraagt Rik zich in zijn verhaal om te beginnen af.
De journalist memoreert Berts vraag naar de rol van de toen nog als banketbakker zijn brood verdienende Pierre Kartner bij haar eerste Top 40-hit Je bent niet hip uit 1967. Dat vond Bert namelijk ‘zo’n leuk dingetje’ in zijn (nota bene zelf geschreven) boek. ‘Paay: “Ja, hij hoorde het in de studio, en zei: ‘Er moet nog een tikje in’. En toen pakte hij een colaflesje en zei tegen de geluidsman: ‘Geef me even tijd om wat te spelen’. Dat tikje maakte het wat vrolijker, door dat tikje is het misschien wel zo’n grote hit geworden.”’

Dat zijn (muzikale) details die mij boeien en waarover ik graag wil lezen. Meer nog dan over al die ranzigheid van de verschillende onthulde seksavontuurtjes van de vrouw die ooit bekend stond als zangeres, al vraag ik mij na het voorafgaande wel af of zij het behalve met de nog onbekende David Bowie in die tijd ook heeft gedaan met de nog even onbekende Pierre Kartner. Zoete broodjes bakken, bedoel ik.

Wetend van het tikje, ben ik het plaatje weer eens gaan beluisteren. Tot mijn verrassing vond ik het in mijn eigen collectie, gewoon in het bakje ‘Nederlandstalig algemeen’. De naam van Kartner kom ik nergens tegen, wel wordt ene John G. Möring als producer vermeld.
Vooruit, op de draaitafel ermee. Leuk, vrolijk liedje, valt mij weer ’s op. Aardig zangeresje, zou wel ’s wat kunnen worden. Ik hoor van alles. Een tamboerijn, leuke trompetjes (Gebroeders Brouwer?), een fraai arrangement, maar het tikje tegen de colafles ontgaat mij. Zal wel aan mijn goedkope, vooroorlogse installatie liggen. Benieuwd of Kartner nog is uitbetaald voor deze belangwekkende bijdrage aan de Nederlandse pophistorie.

Van der Veer, zo las ik verder in het verslag van Rik Goverde, liet La Paay in Tilburg vertellen over de verschillende keren dat ze tot beste zangeres van Nederland werd uitgeroepen. “Je was zelfs een keer de beste zangeres in de jaren dat je niet zong”, gaf hij haar een niet te missen voorzet. “Klopt”, kopte de diva het een-tweetje moeiteloos in. “Maar goed, ik heb ook nummers ingezongen voor Mouth & McNeal. En voor de Dolly Dots. En voor nog veel meer artiesten. Dat mag eigenlijk niemand weten.”

Mag niemand dat weten? Behalve dan die 25 aanwezigen blijkbaar. En de bezoekers in Eindhoven. Plus al hun Facebook-vrienden natuurlijk, en daar dan weer de Facebook-vrienden van, want zo gaat dat tegenwoordig. En niet te vergeten de lezers van het Brabants Dagblad.
Dat Patricia, vaak samen met haar zusje Yvonne Keeley, als achtergrondzangeres te horen is op talloze platen en producties wist ik wel, maar als regelrechte stand-in van bekende artiesten, dat is toch pikant nieuws. Straks blijkt ze ook nog Space Oddity van Bowie te hebben ingezongen. En het halve repertoire van Vader Abraham.

Verder googlend op ‘Patricia Paay’ en ‘biografie’ kwam ik een eerder gemist opiniestuk uit de Volkskrant tegen van universitair hoofddocent Mediastudies, Jaap Kooijman. Terecht stelt hij daarin de hijgerige vragen van Matthijs van Nieuwkerk in DWDD, vooral gericht op de seksuele ‘onthullingen’ van Paay, aan de kaak.
Het was een mooie kans geweest als de presentator had gevraagd naar haar rol als ‘commercieel product dat wordt verhandeld door mannelijke platenbazen, managers en televisieproducenten’, aldus Kooijman. Naar hoe ze zich als sexy stoeipoes moest laten verkopen om een succesvolle popzangeres te zijn. ‘De huidige mevrouw Paay laat zich bepaald niet de wet voorschrijven, zelfs niet door Theo Maassen. Liet zij zich dat wel als jonge, beginnende zangeres? En was dat uit bleu-heid of uit weloverwogen strategische motieven?’

De door Kooijman beweerde ‘verrassende inkijk in 45 jaar showbizz in Nederland en in het bijzonder de positie van de vrouwelijke artiest daarin’ klinkt interessant genoeg om een exemplaar van het boek aan te schaffen. En natuurlijk wil ik bovenal triviale details weten van tikjes tegen colaflesjes van een (kennelijk toen al) geniale muzikant als Pierre Kartner, die een doorsnee nummer net even dat beetje meer weet te geven waardoor het een tophit wordt in plaats van een vergeten tipnotering.
Op naar de boekhandel dus, maar eerst nog even wat moderne antiquariaten checken op La Paay. Je weet maar nooit welke, niet al te ruim denkende muziekliefhebber zijn kado gekregen exemplaar daar al heen heeft gebracht :-).

(Fragment uit mijn bijdrage ‘Muzikalia’ aan Platenblad no 198, 13 juli-6 september 2013)

delftsetoeren@jimmytigges.nl

Reacties zijn gesloten.