Chris Wally et Son Orgue Hammond

(fragment uit Muzikalia, Platenblad 214)

Behalve den man die alles weet van ‘dun geproduceerde blotebillensoul met vet orgel’ -Thaise 70’s-bands in het bijzonder- heb ik recentelijk geen wonderlijker kerel ontmoet dan den recidivist.
Beste mensen, dit is een waar verhaal.
Ik weet het zeker, want die recidivist… dat was ik.

Want ja hoor, het was weer zover.
Koud aangeland op ons eerste vakantieadres in Frankrijk zat ik op een rommelmarkt (vide de grenier zeggen de Fransen) in een naburig dorp, op het warmste moment van een snikhete dag in de brandende zon onhandig gehurkt te bladeren in op onbereikbare plaatsen op de grond opgestelde bakken, gevuld met platen waarvan de afwisselend ondersteboven, achterstevoren of voor een kwart gedraaide hoezen door een cohort muizen van alle kanten waren aangevreten en/of door zon en water hevig aangetast.

Hoezen, waarvan de afbeelding was afgescheurd of die deels aan elkaar vastgeplakt zaten, waarbij lostrekken zonder verdere onherstelbare schade aan te richten onmogelijk bleek. Wat gaan die Fransen toch liefdeloos om met hun vinylverpakkingen, om over de platen zelf nog maar te zwijgen; als je al de juiste plaat in de juiste hoes aantreft natuurlijk.
Jazeker, er zijn heus wel hoezen die vrijwel onbeschadigd zijn, maar daar zit dan vaak weer geen plaat in. Het is een schrale troost dat de bevrediging bij een eventuele mooie vondst er alleen maar groter op wordt.

Terwijl vrouwlief voor mij op zoek was naar een handig goedkoop hoedje tegen de overdadige zon -dat ik wel thuis heb maar uiteraard was vergeten in te pakken, evenals mijn scheerapparaat overigens- liep ik het overzichtelijke marktje systematisch af, met de ingebouwde radar gericht op dozen met vinyl.
Genoeg aanbod en gelukkig per aanbieder steeds in beperkte mate, dus overzichtelijk en binnen afzienbare tijd door te spitten, ondanks de onhandige opstellingen.
En jawel, tussen alle eindeloze rijen met musette-falderie en -faldera en andere Summertimeloze Franse muzikale hoogstandjes had ik ‘m ineens in mijn handen… een lp van de onvergetelijke Chris Wally et Son Orgue Hammond! Zowaar gestoken in een redelijk intacte hoes.
Bingo.

Ik trachtte mijn enthousiasme zo goed mogelijk te verbergen en vroeg de vrouw achter de tafel alsof het mij eigenlijk niet interesseerde hoeveel ze eigenlijk wilde hebben voor die afgedankte zooi van d’r.
Nou ja, zo zei ik het niet, maar die indruk probeerde ik te wekken.
Ik verstond iets over een euro voor de grote platen, en 50 cents voor de kleine.
Moeilijk te volgen, die Franse plattelandsdialecten van vrouwen die niet meer over een volledig gebit beschikken.

‘Hm’, reageerde ik alsof ik daar nog even over na moest denken, waarna ik als een doorgewinterde acteur met een gebaar van ‘ach, waarom niet’ zuchtend een euro uit mijn portemonnee tevoorschijn haalde.
Na de genereuze overhandiging daarvan keek ze niet begrijpend naar het muntstuk in haar handen, zonder iets te zeggen.

‘Uh, une euro uh toch?’, zei ik wat onhandig.
Had ik misschien teveel gegeven?
Aan het aantal opgestoken vingers begreep ik dat het er twee moesten zijn.
Vooruit dan maar.
Zo vaak komt een mens toch niet platen tegen van Chris Wally, let wel: dé Chris Wally, die met zijn Hammond-orgeltje een ongetwijfeld weergaloze uitvoering ten beste gaf van dat onverwoestbare topnummer.
En wat klonk die terug in ons vakantiehuisje weer prachtig, die nieuwe aanwinst, op mijn door veel audiofielen verguisde, maar door mij gekoesterde prachtige Crosley retrokoffergrammofoonplatenspelertje met drie snelheden.
Ik kreeg bekant last van een goed humeur.

De rest van deze Muzikalia is te lezen in Platenblad no 214, voor een prikkie te koop bij de ‘betere platenzaak’.

Reacties zijn gesloten.