Bij wijze van voorproefje vindt u hier 2 artikelen die eerder werden gepubliceerd in de Delftsche Courant. Voor de overige 89 verwijzen wij u naar het gedrukte exemplaar van Delftse Toeren.

Tee Set: Ma belle amie (7”, 1969) deel 1

‘Ze vonden het sowieso een waardeloos liedje, dus draaiden ze het helemaal niet’

Ma belle amie was de eerste gezamenlijke compositie van Hans van Eijck en Peter Tetteroo die op een Tee Set-single verscheen. Van Eijck, in het blad Music Maker (februari 1995): ‘Het was een toevalstreffer. Ik heb het geschreven in een paar minuten, nota bene in bed. Ik was zo maar aan het spelen op m’n gitaar en zo is Ma belle amie geboren.’ Het was een rustig nummer, met een simpele, toegankelijke melodie en een deels Franse, deels Engelse tekst. Geschreven omdat een Vlaamse fan hen had aangeraden ‘eens iets in de Franse sfeer’ op te nemen. Het is zonder enige twijfel commercieel gezien de succesvolste Delftse single aller tijden. Nummer zes in Nederland, in de zomer van 1969, en vervolgens een grote hit in de rest van Europa en in Amerika. Dat de plaat in Amerika überhaupt werd uitgebracht hing van toevalligheden aan elkaar. Tetteroo, in 1995: “We hadden een hele grote fan, die zat in de kassenbouw. Die zei: ik ga naar Zwitserland. Dan neem ik een hele zooi plaatjes mee en die laat ik draaien in de discotheken daar. Die jongen was niet te stuiten. Dus die bleef maar zeuren bij een diskjockey in Zürich dat-ie Ma belle amie moest draaien. Uiteindelijk deed die jongen dat, misschien niet spontaan, maar toch.”

In die discotheek liep ene Jerry Ross rond, dj van een toonaangevend Amerikaans radiostation en eigenaar van het Colossus-label aldaar. “Ross informeerde bij die diskjockey waar dat nummer vandaan kwam. Die had geen idee, maar wist wel dat hij het plaatje van een Hollander had gekregen. Dus Ross ging op zoek in Nederland. Maar al die platenmaatschappijen waarbij hij aanklopte hadden zogenaamd nooit van Tee Set gehoord. Uiteindelijk kwam hij terecht bij Jan van Veen van Radio Veronica. Die had een eigen muziekuitgeverij. Als je je plaatje niet bij die uitgeverij onderbracht, dan werd het bij Veronica niet gedraaid. Ze vonden het sowieso een waardeloos liedje, dus draaiden ze het helemaal niet. Door onze eigen inzet is het toch nog een hit geworden in Nederland. Van Veen had de uitgeversrechten niet meer. Ross vertelde hem dat het een geheide nummer 1 hit zou kunnen worden in Amerika, blabla. Dus Van Veen baalde als een stekker. Die heeft gauw de helft van de rechten teruggekocht.”

“Ross zat intussen in Engeland. Dus wij met zijn allen naar Londen. Eerst hebben we daar alle stripteasetenten bekeken, totdat we geen tiet meer konden zien. Daarna zijn we naar het Hilton gegaan waar Ross een enorme suite had gehuurd. Hij stuurde iedereen naar de hotelbar. Mochten ze zoveel drinken als ze wilden op zijn kosten. Alleen ik moest blijven, met Theo Kuppens (de manager van Tee Set) en Jan van Veen. Ik had van de rest allerlei instructies meegekregen. Ross zei weer: ik ben ervan overtuigd dat het nummer 1 wordt in Amerika. Ik had dat soort verhalen meer gehoord. Maar ik dacht ook: beter één procent van iets dan honderd van niets. Dus ik ben akkoord gegaan.”

“Jan van Veen verkocht meteen Venus van Shocking Blue aan Ross en ook Little Green Bag van George Baker Selection, van dezelfde maatschappij, maakte deel uit van de deal. De bedoeling was dat Ma belle amie als eerste zou uitkomen. Dat lukte niet omdat we nog geen stereo-opname hadden. We waren een vooruitstrevend bandje. We hadden nog eerder dan de Beatles ons eigen platenlabel. En we waren de eerste in Nederland die een stereosingle hadden opgenomen. Dat was Tea Is Famous. Daar kregen we een golf van kritiek over. ‘Hoe moeten we dan gaan zitten luisteren’ enzo. De zeezenders zonden allemaal uit in mono, dus gingen wij weer monosingles maken. Ross wilde stereo. Ik had wel een mastertape van Ma belle amie, maar niet in stereo. Die moest ik nog maken.” En dus kwam Venus als eerste uit. De plaat haalde zowaar de eerste plaats van de Amerikaanse Top-100. Ma belle amie kwam daar achteraan en bleef steken op respectievelijk de derde en vijfde plaats in de twee toonaangevende hitlijsten.

(DC 5/1/2004)

Kees Béaart: Zij gingen zingend naar het front (7”, 1965)

‘Een groot succes is de single niet geworden. Ja, mijn moeder heeft er één gekocht.’

‘Zij gingen zingend naar het front, niet wetend wat te wachten stond’. Bijna veertig jaar na dato vult Kees Beaart nog altijd moeiteloos de titelregel aan. Met het plaatje haakte de, op de Nassaulaan geboren en getogen, Delftenaar aan bij de toenmalige trend van protestsongs als Eeuwige soldaat (Universal Soldier) van Boudewijn de Groot, waarin de waanzin van de oorlog werd aangekaart.

‘Ze gingen zonder angst of vrees, de duivel dacht: kanónnenvlees!’, vervolgt de cynische Beaart in regel drie en vier. Het lachen zou de soldaten spoedig vergaan, ‘het Rode Kruis reed af en aan’. In het laatste couplet van dit nauwelijks twee minuten durende protestlied kwamen ze niettemin ook weer zingend van het front: ‘De mensen dansten juichend rond / De vredesklokken klonken blij / De oorlog was voorgoed voorbij’. Maar de vreugde was niet onverdeeld: ‘Een moeder die haar zoon verloor / Vraagt Lieve Heer, waar was dat voor…?’ Op de plaat wordt Beaart bijgestaan door het orkest van Wim Jongbloed. Via de telefoon blikt de zanger vanuit zijn huidige woonplaats Los Angeles terug: “Het was voor de firma van Guus Jansen, in Amsterdam. Guus was de zoon van de bekende Hammond-organist Guus Jansen. Een groot succes is de single niet geworden, nee. Ja, mijn moeder heeft er één gekocht, hahaha.” Het is een beetje vreemd gelopen, vertelt Beaart: “Ik zou eigenlijk Yesterday van de Beatles in het Hollands opnemen. Met een pianist zouden we een proefopname maken. Gewoonlijk zing ik Yesterday in D. Maar de pianist kon het alleen in F of C spelen. Ik zei ‘Dan zing ik wel in F’. Toen het op de band stond zei Guus ‘Het klinkt nogal geknepen, dat ga ik niet uitbrengen’. Als die plaat een succes was geworden, was ik nooit naar Amerika vertrokken.” Beaart (zonder het sjieke streepje op de e, zoals op het hoesje) was van jongsaf aan een rasartiest. Al meteen na de tweede wereldoorlog trad hij op in de Stadsdoelen, voor de stichting Nederlands Volksherstel. In 1958 toerde hij door Afrika en in de jaren 1965, 1966 werkte hij bij het NCRV-showballet. Onderdeel van het maandelijkse tv-programma ‘Ik hou van Holland’, waarin louter Hollandse liedjes werden gezongen. “Ik herinner mij ook een plaatopname in Amsterdam, Landen zonder grenzen, voor die doktoren. Dat heeft ook niet zoveel gedaan. Ik heb die platen niet meer. Er is een keer een koffer van me gestolen, daar zat alles in.”

Toen kwam het hoofdstuk Amerika. “In 1966 zou ik voor het nationaal songfestival een liedje zingen, waarvan ik zelf de muziek had geschreven, Jij bent een raadsel. Dat ging om politieke redenen niet door. In plaats daarvan werd het gezongen door Bob Bouber. Maar die vergat de woorden. Halverwege liep hij van het podium af, mompelend ‘laat maar zitten’. De volgende dag stond er in de krant dat dat liedje anders wel gewonnen zou hebben. Ik ben toen meteen naar Amerika vertrokken.”

De nu op een zeilboot in L.A. wonende Beaart vervulde met die overtocht zijn ultieme droom: “Jazeker. De enorme ruimte en het grote avontuur trokken mij, ik heb er heel wat rondgereisd. Ik heb hier ook wat grammofoonplaten opgenomen, maar dat is niet veel geworden.” Hij begon als zanger in een Hongaars restaurant in New York, bracht later serenades aan presidenten en diplomaten en zong voor Nancy Reagan in haar eigen achtertuin. En nog altijd treedt hij op. “Ik werk veel in countryclubs in Palm Strings, met een band. Daar word ik goed voor betaald. Ik zing standards, geen rock ‘n’ roll. Wat de mensen willen horen. Ik ben nog steeds actief en gezond, nooit slachtoffer van drugs en alcohol geworden, zoals zovelen. Ik ben de zeventig gepasseerd, maar ik zeg altijd dat ik begin vijftig ben. Dat is de enige leugen die ik over mezelf vertel, haha.”

(DC 13/1/2003)